Leren vertalen met Lot van Bryan Washington

Door Andrea Kluitmann

‘Ik lees alleen maar non-fictie! Wat heb ik aan al die verzinsels?’ De man in de trein tegenover me wees op het boek dat ik op het tafeltje aan het raam had neergelegd, De Mitsukoshi Troostbaby van Auke Hulst. Daarin had ik net de sombere stelling gelezen dat het boekenvak bestond uit nijlpaarden die wanhopig proberen te negeren dat hun modderpoel aan het opdrogen is. Moest ik nu aan een wildvreemde gaan uitleggen dat romans mij juist vaak helderder iets over de realiteit vertellen, en me door hun vorm meer raken? Dat ik hou van de diepe concentratie die me bij het lezen meeneemt naar een andere wereld en verlost van de werkelijkheid, van mails en social media?

Nog anderhalf uur tot mijn eindbestemming Maastricht. Ik deed mijn jas aan, liet mijn boek in mijn rugzak glijden, knikte vriendelijk ten afscheid en zei: ‘Ik lees meer fictie dan non-fictie, maar volgens mij is het verschil vaak helemaal niet zo groot.’

Dat is zeker niet onjuist, waar gebeurd viert hoogtij in de literatuur. Een recent voorbeeld is Wat je van bloed weet van Philip Huff. In razend tempo werd deze roman een bestseller, en de auteur vertelde zowat via alle mediakanalen die het land kent over zijn jeugd in Laren met zijn gewelddadige ouders. Of Ik ga leven van Lale Gül, dat de NS Publieksprijs won en met dik 200.000 verkochte exemplaren het bestverkochte oorspronkelijk Nederlandstalige boek van 2021 was.

In dienst van de realiteit

Het is een ontwikkeling die al wat jaren aan de gang is: autobiografische verhalen worden sneller gezien, hoger gewaardeerd en meer gelezen. De roman in dienst van de realiteit en geschreven op basis van gedeelde kenmerken tussen auteurs en hun ego-personages.

Een soortgelijk idee, dat ook vertalers zouden moeten lijken op de auteurs die ze vertalen, is pas vrij recent echt populair geworden, naar aanleiding van de rel rond de vertaling van Amanda Gormans gedicht The Hill We Climb.

Volgens mij ontstond er toen een diepe verwarring, die nog steeds een schaduw over ons vak werpt. Het schrijnende gebrek aan diversiteit onder literair vertalers werd verward met identiteitspolitiek. Polemische extrapolaties klonken (‘ik ben niet dood en toch vertaal ik dode schrijvers’, ‘ik ben geen trol en vertaal fantasy’, geen alien, geen oude Griek etc.), maar daar gaat het natuurlijk niet om.

Wel kan ik me heel goed voorstellen dat je als uitgever op dit moment denkt: voor een roman van een zwarte auteur zoek ik een zwarte vertaler. Maar dan bel je wat rond in je netwerk en merk je al gauw dat er nauwelijks ervaren zwarte vertalers Engels-Nederlands zijn. Anders had Gorman-uitgever Meulenhoff zeker iemand gevonden voor een nieuwe vertaling van de roman Paradijs van Nobelprijswinnaar Abulrazak Gurnah, die nu in de winkel ligt in een door de uitgeverij bewerkte vertaling uit 1994 van de inmiddels overleden Tinke Davids.

De wens van uitgevers (en schrijvers) dat vertalers stilistisch of persoonlijk affiniteit hebben met het te vertalen werk is niet nieuw. Ik denk dat het voor vertalers zelf altijd al het belangrijkste criterium is geweest voor het wel of niet aannemen van een opdracht (naast tijd en geld). Een literaire vertaling maken duurt maanden en soms zelfs jaren; iedere vertaler weet hoe fijn het vliegen is als je vertaalt waarvan je houdt; je laat je hierbij zeker niet kortwieken.

Maar affiniteit is niet hetzelfde als identiteit, en het bijzondere van literatuur is nou juist dat je door duizend-en-een verschillende werelden, tijden en hoofden kunt reizen. Wat voor lezers geldt, geldt ook voor vertalers. Je mag in de huid kruipen van andere mensen, steeds weer een intiem en spannend proces. Daarom wordt het ook nooit saai.

Vertalen is een vak

Dat laat onverlet dat we in een diverse maatschappij leven en het voor iedereen goed is als kunst en cultuur, inclusief onze beroepswereld, deze ook weerspiegelen. Het maakt je samen completer, leuker, slimmer, sterker, vrolijker en slagvaardiger.

Vertalen is een vak, en een vak kun je op veel verschillende manieren leren. Bijvoorbeeld door zelfstudie (goede vertalingen bestuderen en met het origineel vergelijken, het is ongelooflijk hoeveel je daaraan hebt), workshops, een universitaire studie of de Vertalersvakschool, een mentoraat, een duo-vertaling, voor de lol een verhaal of boek vertalen en het resultaat vergelijken met de professionele versie.

Vertaalproject

Een mooie kans voor beginnende vertalers is het project rond Lot van Bryan Washington (1993, Houston). De dertien verhalen in deze bundel vormen samen een ontwikkelingsroman over een zoon van een zwarte moeder en een Latino vader, een jongen die ontdekt dat hij op jongens valt. Dertien beginnende vertalers gingen eind februari van start met de vertaling van dit werk.

Vertaalproject Lot

Dit vertaalproject wordt georganiseerd door het Vertalershuis Amsterdam, het Expertisecentrum Literair Vertalen en uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, waar Lot dit najaar in vertaling zal verschijnen. Bij de aankondiging van het project werd nadrukkelijk vermeld dat ‘kennis van en affiniteit met de context van de roman een pre is’ en dat ‘wordt gestreefd naar een groep deelnemers met diverse achtergronden’. Uit meer dan 130 aanmeldingen werden 13 deelnemers geselecteerd, onder meer aan de hand van een korte proefvertaling uit het eerste verhaal. De deelnemers nemen elk de vertaling van één verhaal voor hun rekening, op basis van een modelcontract. Vier maanden lang worden ze begeleid door ervaren mentor-vertalers. Er is veel ruimte voor onderlinge feedback en correcties. Verder lezen de deelnemers stukken over vertalen en bekijken ze video’s, hapklaar en buitengewoon aantrekkelijk aangeboden in de kennisbank van het ELV.

Het is trouwens voor elke vertaler de moeite waard om daar eens rond te kijken! Ik bleef onmiddellijk hangen in een tekst van Philippe Noble over het lezen van bronteksten en werd blij van dit filmpje, waarin collega’s Mari Alföldy, Arie Pos, Emma Rault, Katarzyna Tryczyńska en Hasan Türksel vertellen over het begrijpen van een literaire tekst. Er is nog oneindig veel meer, logisch geordend en erg goed doorzoekbaar materiaal dat elke vertaler verder kan brengen.

De Lot-vertalers doorlopen het hele proces van manuscript tot vertaling; daar hoort ook het bestuderen van het modelcontract bij en het reageren op de redactie door de uitgeverij. Er zijn lezingen van ervaren vertalers, de deelnemers horen welke ondersteunende mogelijkheden het Nederlands Letterenfonds biedt, en er is onder meer een Q&A met redacteur Ebissé Rouw. En last but not least doet auteur Bryan Washington mee.

Daarnaast worden de deelnemers op persoonlijk vlak gecoacht door cultureel duizendpoot Canan Marasligil die veel oog heeft voor representatie, gelijkheid, diversiteit en safe spaces.

Om al deze facetten van het vertaalproces van literair werk te leren kennen zou je normaal gesproken veel meer tijd, en vooral ook contacten, nodig hebben.

Het zou me niets verbazen als andere Europese landen dit daadkrachtige en slimme programma in zijn geheel overnemen.

Een opdroogde modderpoel? Er komt wel weer een vruchtbare regentijd!

 

04-04-2022 in weblog

Over Andrea Kluitmann

Andrea KluitmannAndrea Kluitmann (1966) werd geboren in Duitsland en studeerde Duitse taal- en letterkunde in Bochum en Amsterdam. Ze vertaalt romans, toneelstukken, graphic novels en filmscenario’s. Verder is ze voorzitter van Stichting VertaalVerhaal, mede-organisator van de jaarlijkse Vertalersgeluktournee en werkt ze als taaltrainer Duits voor auteurs en andere mensen uit de culturele sector. Ze geeft workshops en lezingen over spreken in het openbaar, vertalen en literatuur. Vanaf najaar 2020 schrijft ze regelmatig een column over het Vertalershuis Amsterdam.


Vertalershuis

Vertalershuis

Het Vertalershuis (foto Gerhard Jaeger)

In het Amsterdamse Vertalershuis kunnen vertalers van Nederlandse literatuur wonen en werken, bij voorkeur voor een periode van één of twee maanden.

The Translators’ House in Amsterdam welcomes translators from Dutch into any language, who want to improve or maintain their language skills and their knowledge of Dutch culture. More information...

Adres

Van Breestraat 19
1071 ZE Amsterdam
t. +31 20 470 97 40
f. +31 20 470 97 41
e. vertalershuis@letterenfonds.nl

RECIT

Het Vertalershuis Amsterdam is lid van het RECIT-netwerk van vertalershuizen. Meer informatie vindt u op www.re-cit.org.