Menno ter Braak in Bulgarije

Door Andrea Kluitmann

Het gebeurt soms als je een nieuw woord hebt geleerd: opeens kom je het overal tegen. Zo’n woord (zelf herinner ik me ‘wentelteefje’ en ‘punniken’ nog heel goed) was er natuurlijk al voordat je het leerde kennen, alleen viel het je toen niet op.

Iets soortgelijks overkwam me onlangs met het essay van Menno ter Braak uit 1937: Het Nationaalsocialisme als rancuneleer. ’s Ochtends had ik er een vriendin over horen vertellen, ’s middags zag ik een aanbeveling van een gewaardeerde kennis op Facebook en toen ik de volgende dag naar Buitenhof keek zat daar Bas Heijne om over het essay te praten.

Als klap op de vuurpijl hoorde ik ook nog van het Nederlands Letterenfonds dat er in het kader van de coronasteunmaatregelen fragmentvertalingen in het Bulgaars en Frans waren gemaakt; de Bulgaarse tekst was al gepubliceerd. Vertalingen in het Arabisch, Frans, Italiaans, Servokroatisch, Slowaaks, Spaans en Tsjechisch komen eraan. Het maakte me nieuwsgierig naar dit essay én naar de Nederlandse literatuur in Bulgarije. Dus belde ik vertaler Boriana Katzarska.

Waarom wilde je Het Nationaalsocialisme als rancuneleer vertalen?

‘Op verzoek van een Bulgaarse uitgever heb ik ooit Adel van de geest van Rob Riemen vertaald, met ondersteuning van het Letterenfonds. Toen de vertaling in 2011 verscheen, kwam de schrijver naar Bulgarije om het boek te presenteren en een lezing aan de universiteit te houden. Hij gaf me zijn volgende boek, De eeuwige terugkeer van het fascisme, waarin ik een citaat van Menno ter Braak tegenkwam. Ik zocht op wie dat was. En onthield hem ergens in mijn achterhoofd. Toen het Letterenfonds vorig jaar vertalers de gelegenheid gaf om een fragmentvertaling te maken, dacht ik meteen aan Ter Braak. Zijn essay is zo relevant voor de huidige politieke context, waarin het populisme toeneemt.

Onderdeel van de opdracht was ook het actief zoeken naar publicatiemogelijkheden. Ik ben goed thuis in de intellectuele wereld van Sofia en wist dat dat wel zou lukken. Ik stuurde het vertaalde essay aan de chef-redacteur van het tijdschrift Kultura en hij zei onmiddellijk ja. De tekst was te lang voor het blad, en is daarom integraal op hun website kultura.bg gepubliceerd, een belangrijk portaal voor cultuur, kunst en maatschappij in Bulgarije. Tot nu toe hebben meer dan 3.000 mensen het bekeken en het wordt door universiteiten als lesmateriaal gebruikt.  En nu is er alsnog een papieren uitgave; het essay werd deze maand (in februari) gepubliceerd in het tijdschrift Bulgarian Philosophical Review.

Menno ter Braak was een intellectueel pur sang. Zoals van iedere authentieke denker kunnen we van hem iets leren over de moed van het consequente denken. Denken moet moedig zijn, tot op de bodem gaan. En idealiter leef je zo dat je aan je eigen conclusies kunt voldoen.

Thomas Mann sprak in een in memoriam uit 1947 zijn bewondering voor Menno ter Braak uit:

‘…de scheppende criticus [is] wellicht nog zeldzamer dan de zuivere dichter – en wellicht in deze tijd nog onmisbaarder. Die tijd heeft behoefte aan geesten gelijk hij: integer, hartstochtelijk en waakzaam, thuis in het verleden en tegelijk vol liefde gericht naar de toekomst. […] Nu ik op het punt sta, mij in Erasmus' zwaar geschonden stad naar mijn nieuwe vaderland in te schepen, wil ik mijn afscheidsgroet aan Nederland en Europa paren aan de hernieuwde betuiging van mijn vriendschap, mijn bewondering voor de goede Nederlander, de goede Europeaan Menno ter Braak.’

Lezen, belezenheid en eruditie zijn belangrijk; zonder kennis van de geschiedenis begrijp je niet wat er om je heen gebeurt. Ik wilde dit essay heel graag aan de Bulgaarse gemeenschap van lezers en denkers presenteren, en ik ben heel blij dat ik mijn doel heb bereikt.

Ken je Nederland, ken je het Vertalershuis?

‘Ja, ik ben er geweest toen ik aan mijn eerste Kopland werkte, in 2012. Een fantastische locatie, op loopafstand van de grote musea. Ik promoveerde in de filosofie, op een proefschrift over Kandinsky and the Meaning of Art. Ook de Nederlandse schilderkunst is mij erg dierbaar.

Toen ik voor de eerste keer naar Nederland kwam en uit het raam van de trein keek was ik trouwens absoluut verbaasd over hóe vlak het is. Ik kreeg een soort visuele shock. Dit kan niet waar zijn, dacht ik, dit kan niet echt zijn. Dat komt natuurlijk ook omdat Bulgarije veel bergen heeft. Als je in Sofia opgroeit, zie je uit het raam of bij vrijwel elke wandeling het silhouet van het Vitosha gebergte.

En die wind! Die is ook heel Nederlands! Het is me een raadsel hoe jullie dat volhouden. Ik heb deze wind een paar keer ontmoet en elke keer wenste ik hartstochtelijk dat ik elders was! Zeker als hij ook nog samen met regen komt …’

Vertalen is niet Boriana’s hoofdwerk, ze beschouwt het als liefdewerk en kiest haar auteurs doorgaans zelf. Er verschijnen veel Nederlandse boeken in het Bulgaars, in dit millennium al meer dan 125. Belangrijke collega’s zijn bijvoorbeeld Aneta Dantcheva-Manolova en Maria Encheva, die onder meer romans van Cees Nooteboom, Hugo Claus, Peter Buwalda en Herman Koch vertaalden. Ook werk van jonge auteurs als Tobi Lakmaker en Raoul de Jong is aan Bulgarije verkocht. De in 2013 overleden Bagrelija Borisova was een van de eerste vertalers die in Bulgarije Nederlandstalige literatuur introduceerden, waaronder werk van Anna Enquist, Kristien Hemmerechts, Margriet de Moor en Peter Terrin. Boriana zelf vertaalde naast non-fictie ook poëzie, niet alleen van Rutger Kopland maar ook van Herman de Coninck en Miriam Van hee.

Waarom poëzie, en waarom deze dichters?

‘Ik heb zelf twee poëziebundels geschreven en men zegt dat ik een goede poëzievertaler ben. Dat hoop ik, en ik denk het ook wel. Poëzie vertalen vereist specifieke vaardigheden. Als dichter breng ik hier een meerwaarde.

Rutger Kopland is voor mij een wereld-poet. Bij de keuze van de dichters speelt serendipiteit zeker een rol, ik beschouw mezelf niet als deskundige op het gebied van Nederlandstalige literatuur. Ik leerde Herman de Coninck kennen via een gedicht dat Kopland aan hem had opgedragen toen De Coninck overleed. Als gast in het Vertalershuis in Antwerpen stuitte ik op boeken van Miriam Van hee. Bij het doorbladeren zag ik dat zij op haar beurt een paar gedichten aan Kopland had opgedragen. Er lijkt zo een dialoog of een soort geheim of niet geheim dichtersgenootschap tussen mijn dichters te zijn …

Mijn criteria zijn affiniteit en kwaliteit, maar minstens even belangrijk is de overweging of ik een werk goed in mijn taal kan overbrengen. Misschien hou ik wel verschrikkelijk veel van een gedicht, maar als ik zie dat het erg moeilijk wordt om het zo te vertalen dat ik het origineel recht doe – dan doe ik het gewoon niet.

Rutger Kopland is bijvoorbeeld een precieze denker, je kunt niet zomaar woorden uitwisselen om het goed te laten klinken. Er zijn veel principes waar ik bij het vertalen aan vasthoud. Als een gedicht rijmt dan moet dat rijm ook in mijn vertaling terugkomen.

Nog zo’n mooie toevallige ontdekking: Het wezen van de olifant van Toon Tellegen. Een Bulgaarse vriendin van me die in Antwerpen woont en goed thuis is in de Nederlandstalige literatuur beval me dit boek aan. “Het is een beetje als Winnie The Pooh, maar misschien zelfs beter.” Ik zei meteen:”Stuur me die olifant!” Het is voor kinderen, maar ook voor iedereen.’

Hoe is de leescultuur in Bulgarije?

‘Kijk, Bulgarije is een Europees land en er is dezelfde trend gaande als in alle Europese landen: het aantal titels neemt toe en het aantal verkochte exemplaren neemt af. En uit de resultaten van Bulgaarse jongeren bij de PISA-studie blijkt dat hun leesvermogen erg laag is.

Er zijn talrijke uitgevers in Bulgarije. Ik heb het opgezocht: in 2020 verschenen meer dan 9.000 titels op de markt, en de gemiddelde oplage is 500. Naast leesclubs en openbare bibliotheken zijn er ook chitalishte, wat letterlijk vertaald ‘leesplek’ betekent. Die dateren uit de late negentiende eeuw, nog voor de tijd dat Bulgarije was bevrijd van het Ottomaanse rijk. Er ontstond toen een netwerk van kleine, heel basaal ingerichte scholen die verzet boden. Dit netwerk is nog steeds actief en overal in het land zijn er dit soort leeszalen.

In Sofia zijn er veel goede boekwinkels. Een van hen is Knizhisti, die ook heel veel poëzie verkoopt. Zij hebben de aardige gewoonte om iedere maand een lijstje met hun bestverkopende boeken te publiceren. Zo ontdekte ik dat in de top 50 over 2021 Rutger Kopland op nummer 8 stond.

Goed, we zijn met minder dan 7 miljoen mensen, en natuurlijk lezen die niet allemaal, maar degenen die lezen, lezen kwaliteit. Er zijn steeds meer uitgevers die hieraan tegemoetkomen, Da Poetry bijvoorbeeld, opgericht door twee belangrijke dichters en één dito vertaler (een dame die o.a. James Joyce vertaalt). Intussen hebben ze meer dan 60 titels gepubliceerd, zowel Bulgaarse als vertaalde. Ze geven uitsluitend kwaliteit uit, en dat is een gevaarlijke onderneming. Ik ben het Letterenfonds erg dankbaar dat het zulke moedige uitgevers ondersteunt.’

Lijsterbessen

De dichtkunst beoefenen is
met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
constateren dat bijvoorbeeld
in de vroege morgen
de lijsterbessen duizenden tranen dragen
als een tekening uit de kindertijd
zo rood en zo veel.

Rutger Kopland

Калина

Да се упражнява поетическото изкуство
означава възможно нйа-грижливо
да се отбележи че
например рано сутрин
калината е облечена с хиляди сълзи
като рисунка от детството
така червени и толкова много.

Vertaling: Boriana Katzarska

17-02-2022 in weblog

Over Andrea Kluitmann

Andrea KluitmannAndrea Kluitmann (1966) werd geboren in Duitsland en studeerde Duitse taal- en letterkunde in Bochum en Amsterdam. Ze vertaalt romans, toneelstukken, graphic novels en filmscenario’s. Verder is ze voorzitter van Stichting VertaalVerhaal, mede-organisator van de jaarlijkse Vertalersgeluktournee en werkt ze als taaltrainer Duits voor auteurs en andere mensen uit de culturele sector. Ze geeft workshops en lezingen over spreken in het openbaar, vertalen en literatuur. Vanaf najaar 2020 schrijft ze regelmatig een column over het Vertalershuis Amsterdam.


Vertalershuis

Vertalershuis

Het Vertalershuis (foto Gerhard Jaeger)

In het Amsterdamse Vertalershuis kunnen vertalers van Nederlandse literatuur wonen en werken, bij voorkeur voor een periode van één of twee maanden.

The Translators’ House in Amsterdam welcomes translators from Dutch into any language, who want to improve or maintain their language skills and their knowledge of Dutch culture. More information...

Adres

Van Breestraat 19
1071 ZE Amsterdam
t. +31 20 470 97 40
f. +31 20 470 97 41
e. vertalershuis@letterenfonds.nl

RECIT

Het Vertalershuis Amsterdam is lid van het RECIT-netwerk van vertalershuizen. Meer informatie vindt u op www.re-cit.org.