Vertalersfabriek 4-15 november 2019

Door Marije de Bie

Aansluitend op The Chronicles, de vertaalworkshop die het Vertalershuis organiseert in samenwerking met het literatuur- en muziekfestival Crossing Border in Den Haag, werkten de vijf jonge deelnemende vertalers in en uit het Nederlands in het Vertalershuis in Amsterdam verder aan de vertaling van teksten van de jonge auteurs met wie zij ook op Crossing Border samenwerkten. Twee weken lang, vijf dagen per week, vijf uur per dag vertaalden de beginnende vertalers onder begeleiding van ervaren vertalers nog niet in hun doeltaal vertaalde teksten van beginnende auteurs.

Van maandag 4 tot vrijdag 15 november zaten op vijf verschillende plekken in de bibliotheek, keuken en serre van het Vertalershuis vijf vertaalkoppels Nederlands-Frans, Nederlands-Engels, Arabisch Nederlands, Spaans-Nederlands en Deens-Nederlands samen te werken.

Noëlle Michel en Philippe Noble

Noëlle Michel vertaalt sinds een paar jaar uit het Nederlands in het Frans, tot nu toe vooral non-fictie en kinderboeken. Tijdens de Vertalersfabriek werkte zij onder begeleiding van Philippe Noble en Mireille Cohendy aan de vertaling van gedichten uit de eerste bundel van Asha Karami, Godface.

Noëlle: ‘Het was een zeer leerrijke ervaring. Ik had nog nooit poëzie vertaald en het leek me op het eerste zicht zeer moeilijk, iets dat ik zelf niet in mijn eentje zou durven proberen. De kijk van twee verschillende ervaren mentoren was daarom ontzettend interessant. Ik heb eerder deelgenomen aan verschillende workshops literair vertalen, maar een individuele begeleiding gedurende twee weken is een bijzondere luxe, omdat alles wat je hebt gedaan onder de loep wordt genomen. Op die manier krijg je een beter inzicht in wat je goed doet en wat beter kan. Dankzij de begeleiding van mijn mentoren heb ik bijvoorbeeld het idee kunnen leren loslaten dat je alles moet begrijpen om een gedicht goed te vertalen. Door mezelf zo lang en intensief te verdiepen in de poëzie van Asha Karami heb ik meer grip gekregen op haar werkwijze en manier van denken en schrijven. Het was ontzettend interessant om haar verschillende keren te kunnen ontmoeten in het Vertalershuis, waar ze al onze vragen heeft beantwoord. In deze weken heb ik veel geleerd over hoe je moet omgaan met de muzikaliteit van de taal, en met het behouden van het ritme en de klanken. De poëzie van Asha Karami is intuïtief en associatief, en het was een uitdaging om andere associaties in het Frans te creëren. Bij de voorbereiding van de Vertalersfabriek had ik de neiging om het register te “verhogen” ten opzichte van het Nederlands. Dankzij mijn mentoren heb ik een beter inzicht gekregen in de manier waarop Asha Karami spreektaal gebruikt en hoe ik deze kan overbrengen in het Frans, heb ik een gevoel gekregen voor hoe ver je als vertaler mag gaan in de interpretatie en het expliciteren, en heb ik geleerd hoe om te gaan met ambiguïteit.

Noëlle Michel en Mireille Cohendy

Ook de ervaring om samen met andere vertalers in het Vertalershuis te verblijven vond ik fijn. Het was leerzaam om ervaringen uit te wisselen met vertalers van verschillende afkomst en in verschillende taalcombinaties. Het feit dat we op dezelfde plek verbleven zorgde voor een huiselijke sfeer, en ik zal graag contact onderhouden met de mensen die ik hier heb leren kennen.’

Emma Rault en David Colmer

Emma Rault vertaalt uit het Nederlands en Duits in het Engels. Zij vertaalde Ghosts of Berlin van Rudolph Herzog, gedichten van Hilde Domin en Tom Van de Voorde, en werkt momenteel aan een bundel korte verhalen van Nina Polak. In 2017 ontving ze de Geisteswissenschaften International Nonfiction Translators Prize. Tijdens de Vertalersfabriek werd Emma begeleid door David Colmer en Laura Watkinson. Zij werkten aan de vertaling van korte verhalen en gedichten van Simone Atangana Bekono.

Enkele vertaallessen die Emma leerde:

‘Vormvaste gedichten vertalen is minder eng dan het lijkt, het is vooral een gevecht met je eigen ongeduld om meteen de perfecte oplossing te vinden.

Elke taal is op zijn eigen manier buigzaam. Hoe sneller je het verlangen loslaat dat je doeltaal exact dezelfde soort flexibiliteit heeft als de brontaal, hoe eerder de vertaling wordt losgezongen, en gaat zingen.

Het drijfijsachtige gevoel dat, naarmate je langer naar een vertaalde tekst kijkt, de taal steeds onstabieler wordt tot alles vreemd begint te klinken, overkomt zelfs de meest ervaren vertalers.

Beschrijvingen van handelingen voor je zien blijft een van de allermoeilijkste dingen van vertalen. Wat helpt: bewegingen mime-en, voorwerpen Google Image Search-en, in Street View naar de locatie van het verhaal kijken, en bij echt vastlopen de schrijver raadplegen.

De grammatica van een Engelse vertaling: in de eerste versie alles in simple past. In de tweede versie de helft veranderen naar past continuous. In de derde versie de helft daarvan weer teurgveranderen naar simple past.

Ergens tussen overmoed en nerveuze fideliteit aan de brontekst ligt een goed lopende, op zich zelf staande tekst. Die vind je door meerdere rondes toevoegen en doorstrepen, vervangen en terugveranderen. Met behulp van woordenboeken, internet, en vooral koffie.’

Arjwan al Fayle en Fathi Mourali

Arjwan al Fayle studeerde een paar jaar geleden af aan de Master Literair Vertalen in Utrecht. Zij vertaalt uit het Arabisch in het Nederlands, en werkte onder begeleiding van Jan Jaap de Ruiter en Fathi Mourali aan de vertaling van korte verhalen van Mazen Maarouf.

Arjwan: ‘Een soort Big Brother, maar dan zonder camera’s en zonder drama. En met heel veel inhoud. Dat is hoe ik de Vertalersfabriek zou omschrijven. Twaalf dagen heb ik een kamer op de bovenste verdieping mogen innemen in het mooie Vertalershuis. Jarenlang heb ik in Amsterdam gewoond en voor mijn gevoel heb ik elke buurt gehad, op Oud-Zuid na. Ik voel me er een beetje als een indringer, maar op een prettige manier. Een beetje meekijken met de levens van Oud-Zuiderlingen en toeristen, die allemaal dezelfde lucht inademen, maar compleet verschillende levens leiden.

Arjwan al Fayle en Jan Jaap de Ruiter

Zo ook de bewoners van het Vertalershuis. Alvorens we met vijf jonge vertalers begonnen aan de Vertalersfabriek hebben we deelgenomen aan The Chronicles en daar hebben we elkaar al een beetje leren kennen. Ik merkte meteen dat de dingen waar ik mee zat of tegenaan liep breder gedragen worden dan ik had gedacht. Zo gaat het met heel veel dingen in het leven - je denkt dat je de enige bent die in een bepaalde situatie zit, maar eigenlijk heb je veel meer “lotgenoten”. Gelukkig maar. Het leven van een literair vertaler is soms afgezonderd en je krijgt het gevoel op een schaduwrijk eilandje te werken, maar ook dat gevoel wordt gedeeld.

Ik heb de luxe gehad om met twee heel verschillende mentoren te mogen werken, beiden enorm kundig op hun gebied. Jan Jaap is verbonden aan Tilburg University en heeft naast zijn wetenschappelijk werk vertalingen op zijn naam staan van bijvoorbeeld Alaa al Aswani. De week erop mocht ik met Fathi Mourali aan de slag, die meer verbonden is met journalistiek in Nederland en het Midden-Oosten dan met de literaire wereld, maar zeer grondige kennis heeft van het Arabisch. Hun kennis tezamen heeft mijn lees- en vertaalvaardigheid bijzonder aangescherpt.

Bij de verhalen van Maarouf moet je scherp blijven: zijn verhalen hebben een geheel eigen stijl, maar zijn wel in een breder literair genre te plaatsen. Er is een hoge mate van absurdisme en dit zie je ook terug bij andere literaire werken die kritisch reageren op oorlog en onderdrukking; daardoor hoeft de schrijver niet te vervallen in een essayistische vorm van kritiek, maar kun je de lezer veel persoonlijker raken en meeslepen. Het is een mooie uitdaging dit te proberen overbrengen aan een Nederlandse lezer.

Tussen al het vertaalwerk door is er gelukkig ook tijd om samen een drankje te drinken of te koken. Café Welling om de hoek is geliefd en anders is onze eigen keuken, net als bijna overal, het hart van het Vertalershuis. Vooral de verschillende manieren waarop mensen hun leven inrichten vind ik interessant om over te praten. Het leven van een literair vertaler is niet rechttoe rechtaan, wat mij enorm aanspreekt. We zijn allemaal bezig met puzzelstukjes op de juiste plek te laten vallen, zowel in literatuur als daarbuiten.’

Alyssia Sebes  en Brigitte Coopmans

Alyssia Sebes, net afgestudeerd literair vertaler Spaans-Nederlands aan de Vertalersvakschool, werkte aan de vertaling van het begin van de nieuwe roman Linea Nigra van de Mexicaanse auteur Jazmina Barrera, die volgend jaar in Mexico zal verschijnen, en waarbij ze werd begeleid door Brigitte Coopmans.

Alyssia: ‘Het was een enorme luxe om dag in dag uit één op één te kunnen werken met zo’n goede en ervaren vertaler. Samen werkten we met mijn vertaling als basis om er een goedlopend geheel van te maken in de stijl van de auteur. Het was een mooie ervaring om samen hardop na te denken, te pingpongen met woorden om ten slotte met een vrolijke “Yes!” tot de beste oplossing te komen. En om deze oplossing later te vieren met een gebakje van “onze” bakker of een wandeling in het Vondelpark. Want ook afstand nemen en een luchtje scheppen zijn van belang tijdens het vertalen.

Dankzij mijn vertalingen van de blogs tijdens The Chronicles en de ontmoeting met Jazmina had ik een goed idee gekregen van haar stijl en werd het makkelijker om in haar hoofd te kruipen. Toen ik mijn vertaling van de eerste 5000 woorden van Linea nigra, die ik maakte voor de Vertalersfabriek begon, weer onder ogen kreeg in het Vertalershuis, zag ik al meteen wat er veranderd zou moeten worden om meer aan te sluiten op Jazmina’s stijl. Hier sprak ik met Brigitte over, en het was fijn om bevestigd te krijgen dat je sommige dingen zelf goed aanvoelt of inziet.

Verder merkte ik dat ik vaak twijfelde over de door mij vertaalde zinnen: ben ik te veel afgeweken of ben ik misschien te trouw gebleven aan het Spaans? Is dit inderdaad wat de auteur bedoelt, of verwijst ze ergens anders naar? Betekent dit woord of deze uitdrukking in het Nederlands wat ik denk dat het betekent? Ik kon moeilijk inschatten of een bepaalde aanpassing te verantwoorden was of juist niet noodzakelijk. Het is dan fijn om een klankbord te hebben dat je vermoedens bevestigt of ontkracht. In mijn eentje zou ik geen beslissingen kunnen of durven maken over deze zinnen. Een gebrek aan ervaring en daardoor aan zelfvertrouwen hield me daarin tegen.

Ook qua ritme en realia heb ik veel opgestoken van dit intensieve mentoraat. Ik ben doorgaans minder bewust bezig met het ritme van de tekst, terwijl Brigitte hier juist heel gevoelig voor is. Toen we een eerste herwerkte versie van het fragment van 7500 woorden hadden, hebben we de tekst integraal aan elkaar voorgelezen. Ik ontdekte dat je dan bijna onmiddellijk hoort waar het hapert en waar nog een ingreep nodig is. Dat deze ingreep niet per se hoeft plaats te vinden op de plaats waar je bleef haken tijdens het voorlezen, was een fijne ontdekking. Soms zijn ingrepen in de omringende zinnen nodig om de tekst soepeler te laten lopen en past het woord waar je eerst over struikelde ineens toch perfect in de zin.

Wat realia betreft was de tekst van Jazmina een schatkist. Citaten uit literaire of filosofische werken, kunstwerken, Mexicaans speelgoed… Dit en meer komt voor in het fragment dat we hebben vertaald. Het was een feest om te mailen naar het Natuurhistorisch Museum in Venetië over een bepaald kunstwerk, naar de bibliotheek te wandelen om een bepaald citaat op te zoeken in De argonauten *van Maggie Nelson, *De tweede sekse door te bladeren op zoek naar een citaat en de context ervan, bij de apotheek na te vragen of we de juiste naam van een bepaald medicijn gebruikten en Youtube-filmpjes te bekijken van volwassen mannen die met een balero spelen.

Ik heb op alle vertaalvlakken veel van Brigitte geleerd en merkte dat ik het geleerde naar het einde toe steeds vaker uit mezelf begon toe te passen. Ik kreeg steeds meer het gevoel dat we als gelijken samenwerkten. Toen ik op de laatste dag voor The Chronicles nog de vertaling van de epiloog die Jazmina had geschreven moest inleveren, stuurde ik deze dan ook zonder schroom en met een tevreden gevoel naar de organisator. Ik weet dat er nog verbeteringen mogelijk zijn, maar weet ook dat een vertaling sowieso nooit af is, en dat ik toch al een beetje kan vertrouwen op mijn eigen gevoel en inschattingsvermogen.

Ten slotte heb ik niet alleen mijn vaardigheden op het gebied van vertalen ontwikkeld, maar heb ik ook veel geleerd over de literaire vertaalwereld op zich. Dankzij gesprekken met de andere literair vertalers en mentoren, bezoekjes aan De Bezige Bij en het Letterenfonds, en het uitwisselen van ideeën met Brigitte weet ik nu ook wat ik na de Vertalersfabriek wil gaan doen en hoe ik dit kan aanpakken.’

Michal van Zelm en Edith Koenders

Michal van Zelm vertaalt uit het Deens in het Nederlands. Hij heeft twee jaar in Denemarken gewoond, waar hij filosofie en taalkunde studeerde aan de Universiteit van Kopenhagen, het Søren Kierkegaard Forskningscenter en het Danske Sprog- og Litteraturselskab. In 2013 rondde hij zijn studie aan de Universiteit van Amsterdam af als MA Scandinavische talen en culturen. Hij heeft één deel van de Nederlandse Kierkegaard-editie verzorgd (Mijn schrijverswerkzaamheid, *2015). Voor zijn vertaling van Josefine Klougarts roman *Een van ons slaapt (2018) ontving hij vorig jaar de tweejaarlijkse Amy van Marken-prijs voor vertaalde Scandinavische literatuur. Tijdens de Vertalersfabriek werkte Michal onder begeleiding van Femke Muller en Edith Koenders aan de vertaling van een nog niet gepubliceerde novelle van Caroline Albertine Minor getiteld Marginen (De marge).

Michal: ‘Nog vol van de indrukken van het Crossing Border-festival begon ik twee weken geleden samen met de andere Chronicles-vertalers aan het intensieve mentoraatsprogramma van het Vertalershuis/Letterenfonds genaamd de Vertalersfabriek. Het huis in de Van Breestraat voelde na een lang festivalweekend in een hotelkamer als een huiselijke plek, een uitstekende locatie om samen met onze mentoren tien dagen aan een tekst te werken. Eenmaal aan de slag blijkt dat ook de benaming “fabriek” zeer treffend is: overdag zitten de koppels door het huis verspreid, in de bibliotheek, de keuken en de serre. Ze zijn verdiept in hun teksten, maar er wordt vooral ook veel gediscussieerd, hardop voorgelezen en gelachen. Voor zover ze in de gelegenheid zijn komen de schrijvers een paar keer langs om het vertaalproces te ondersteunen. Levendige bedrijvigheid dus.

Behalve dat ik tijdens mijn studie in Amsterdam en Kopenhagen verschillende vertaalcolleges heb gevolgd, heb ik bij de eerste versies van mijn tot nu toe gepubliceerde vertalingen uitgebreid commentaar gekregen van ervaren vertalers. Ik wist dus al dat het eerder regel dan uitzondering is - zo werd mij toen ook verzekerd - dat een door een collega geredigeerde tekst vrij hard wordt aangepakt. Niets om je zorgen over te maken. Toch kan bij zoveel twijfel het gevoel ontstaan dat alles beter de prullenbak in kan, of juist dat eigen keuzes fel verdedigd moeten worden.

Het bijzondere van de opzet van de Vertalersfabriek is dat je als gementoreerde de kans krijgt om van heel dichtbij te zien hoe ervaren vertalers problemen constateren, analyseren en oplossen. Doordat je naast elkaar zit te werken krijg je een veel betere indruk van het gewicht van het commentaar. Dan blijkt dat weinig zonder meer als fout wordt aangemerkt - maar nu we op alle slakken zout kunnen leggen: waarom niet?

Ook was het heel waardevol om te zien hoe mijn mentoren tot zogenaamde vertaaltransformaties komen. (Bij een vertaaltransformatie wordt een element uit de brontekst dat daar tot een bepaalde categorie behoort in de doeltekst in een andere categorie weergegeven. Zo kan een bijvoeglijk naamwoord tijdens het vertaalproces getransformeerd worden tot een zelfstandig naamwoord, als dat een betere Nederlandse zin oplevert.) Vaak gebeurt dat met schijnbaar groot gemak en veel overtuiging, maar soms blijft het een twijfelgeval of een noodoplossing.

Dat laatste hoeft niet te betekenen dat het eindproduct daardoor al te negatief wordt beïnvloed. Het vertalen van een literaire tekst rijk aan beelden, connotaties en stijlmiddelen is een puzzel die eindeloos veel oplossingen heeft, waarbij het uiteindelijk van belang is dat de zorgvuldig gekozen transformaties van inhoud en effect met elkaar in balans worden gebracht. (Je zou haast kunnen zeggen dat met het oog op de evenwichtigheid van het geheel per definitie niet alle individuele problemen optimaal opgelost kunnen worden.)

Ik had tijdens de Vertaalfabriek twee mentoren ‘tot mijn beschikking’ die elkaar afwisselden. Dat bleek zowel een luxe als een (zeker niet onoverkomelijke) moeilijkheid. Op deze manier kon ik van allebei mijn mentoren hun sterke kanten ervaren. Tegelijkertijd kon wat door de een een uitstekende oplossing werd gevonden voor de ander echt niet door de beugel. Hieruit blijkt dat bij vertalen misschien nog wel meer dan bij (direct) schrijven het spanningsveld tussen een conservatief en een idiosyncratisch idioom voelbaar is. Neigen vertalers naar conservatieve oplossingen (waar schrijvers zich meer vrijheid kunnen permitteren)?

Na twee weken intensief te hebben gewerkt merk ik dat het tijd is om de tekst even opzij te leggen. Ik verheug me erop om de tekst in een of twee laatste rondes tot een gebalanceerd eindresultaat te brengen. Graag wil ik de organisatoren en deelnemers van De Vertalersfabriek en The Chronicles bij deze nogmaals hartelijk bedanken voor het mogelijk maken van deze unieke leerervaring.’

Gepubliceerd: 28 november 2019 [ weblog ]


Vertalershuis

Vertalershuis

Het Vertalershuis (foto Gerhard Jaeger)

In het Amsterdamse Vertalershuis kunnen vertalers van Nederlandse literatuur wonen en werken, bij voorkeur voor een periode van één of twee maanden. Algemene informatie (Engelstalig)

Adres

Van Breestraat 19
1071 ZE Amsterdam
TEL +31 20 470 97 40
FAX +31 20 470 97 41
E-mail vertalershuis@letterenfonds.nl

Index

RECIT

Het Vertalershuis Amsterdam is lid van het RECIT-netwerk van vertalershuizen. Meer informatie vindt u op www.re-cit.org.