Vertaaldagen vol humor

De achtste editie van de Literaire vertaaldagen stond in het teken van het vertalen van humor. De dag werd geopend door vertaler Arthur Langeveld die aan de hand van voorbeelden duidelijk maakte hoe humor verdween uit de vertalingen van klassieke Russische romans, verschenen in de Russische bibliotheek van Uitgeverij G.A. van Oorschot. Hij gaf de aanwezige vertalers een aantal lessen mee als ‘vertaal wat er staat, en kies niet voor het leuker maken van de brontekst’ en ‘humor zit in een klein hoekje, probeer niet het ongewone glad te strijken’.

Frits van der Heide, vertaler van de Asterix en Obelix-strips in het Nederlands, sprak over het vertalen van de woordgrappen die Uderzo en Goscinny verstoppen in de namen van de personages en de beperking in ruimte die het tekstballonetje aan de vertaler laat. De ochtendsessie werd afgesloten door Geert Lernout die als literatuurwetenschapper opmerkte dat serieuze humortheorieën de vertalers maar weinig te bieden hebben.

Na de lunch vertelden ondertitelaars Brigit Kooijman en Leo Reijnen over hun specifieke métier. Aan de hand van scènes uit Monty Python en de Britse serie ’Allo ’Allo! lieten ze bijvoorbeeld zien dat een ondertitelaar een tot twee derde van het gesproken woord weg moet laten en nooit leuker mag zijn dan het origineel.

Tijdens de rondetafeldiscussie legde Elsschot-kenner Vic van de Reijt vervolgens enkele lastige zinnen uit de roman Kaas voor aan vertalers Gerd Busse, Giorgio Faggin, Paul Vincent en Julio Grande. Met een lezing van Kees van Kooten en het uitreiken van de NLPVF Vertalersprijs en de FvdL Vertalersprijzen werd de symposiumdag afgesloten.

De zaterdag werd zoals gewoonlijk gevuld door workshops in de diverse talen. Bijzonderheid hierbij was dat voor het eerst workshops Nederlands-Pools en Pools-Nederlands werden gegeven, respectievelijk onder leiding van Zofia Klimaszewska en Karol Lesman. Na afloop van de workshops reikte René Appel het Charlotte Köhler Stipendium uit aan vertaalster Spaans-Nederlands Trijne Vermunt.

De Literaire Vertaaldagen 2006 zijn georganiseerd door Peter Bergsma, Arthur Langeveld, Barbara den Ouden, Chris van de Poel, Petra Schoenmaker, Rien Verhoef, Tom Van de Voorde, Martine Vosmaer en Justyna Wrzodak. De Vertaaldagen werden financieel mogelijk gemaakt door de Stichting LIRA, het Vertalershuis/Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, het Fonds voor de Letteren, het Vlaams Fonds voor de Letteren, de Nederlandse Taalunie en de Vereniging van Letterkundigen. De praktische organisatie was in handen van het Vertalershuis, met facilitaire medewerking van de Universiteit Utrecht.

Update 27-12-2006

Aan het begin van de symposiumdag riep Peter Bergsma de aanwezigen op om een passende vertaling te maken voor het zinnetje 'Mijn vrouw en ik leven dan wel niet als kat en hond maar toch ook weer niet als koek en ei' van Kees van Kooten. Op deze oproep kwamen inmiddels al enkele vertalingen binnen. U vindt deze hier. Vertalingen kunnen worden ingestuurd via ons reactieformulier of via e-mail naar vertalershuis@nlpvf.nl.

Gepubliceerd: 22 december 2006 [ vertaaldagen ]


Vertalershuis

Vertalershuis

Het Vertalershuis (foto Gerhard Jaeger)

In het Amsterdamse Vertalershuis kunnen vertalers van Nederlandse literatuur wonen en werken, bij voorkeur voor een periode van één of twee maanden. Algemene informatie (Engelstalig)

Adres

Van Breestraat 19
1071 ZE Amsterdam
TEL +31 20 470 97 40
FAX +31 20 470 97 41
E-mail vertalershuis@letterenfonds.nl

Index

RECIT

Het Vertalershuis Amsterdam is lid van het RECIT-netwerk van vertalershuizen. Meer informatie vindt u op www.re-cit.eu.