Verslag Literaire Vertaaldagen 2009

Door Peter Bergsma // Directeur Vertalershuis Amsterdam

De elfde editie van de Literaire Vertaaldagen vond plaats op vrijdag 11 en zaterdag 12 december 2009 in Utrecht. Thema was dit keer ‘Leren vertalen - vertalen leren: de pedagogiek van het vertalen.’ Centrale vraag daarbij was hoe het in een allengs vergrijzende vertalerswereld gesteld is met de aanwas van nieuw talent en hoe deze aanwas op een optimale manier bevorderd kan worden.

De symposiumdag op vrijdag werd door ondergetekende geopend met de verwachting dat 2010 het jaar zal worden waarin het ‘Pleidooi voor het behoud van een bloeiende vertaalcultuur’, dat in 2008 door de Nederlandse en Vlaamse letterenfondsen, de Nederlandse Taalunie en het Expertisecentrum Literair Vertalen aan de Nederlandse en Vlaamse cultuurminister is aangeboden, vruchten zal gaan afwerpen: in september van dat jaar zal zowel in Nederland als Vlaanderen worden gestart met een academische pilot literair vertalen, het nieuwe Nederlandse letterenfonds dat vanaf 1 januari 2010 een feit zal zijn heeft het vertaalbeleid tot speerpunt van zijn beleid gemaakt en de VertalersVakschool Amsterdam, die nu bezig is aan zijn tweede jaar, heeft zijn bestaansrecht inmiddels riant bewezen.

Eerste spreker was Wiljan van den Akker, decaan Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht, die zich verheugd toonde over het feit dat zijn universiteit de Nederlandse kwartiermaker voor een nieuwe literaire vertaalopleiding zal zijn. Hij noemde het literair vertalen bij uitstek een discipline die zich leent voor academisch onderwijs en ging in op de verschillen en overeenkomsten tussen de humaniora en de bètawetenschappen: hij noemde de eerste even wetenschappelijk als de tweede, in tegenstelling tot wat veel bètawetenschappers denken. De humaniora zijn alleen moeilijker te definiëren, omdat ze over menselijk handelen gaan. Tot besluit schetste hij de bureaucratische rompslomp die gepaard gaat met het initiëren van een nieuwe studierichting en die dus ook voor het vak ‘Literair vertalen’ valt te verwachten.

De tweede spreker, de Vlaamse vertaler Kris Lauwerys, noemde zichzelf een beginneling in het vak, maar is desondanks al onderscheiden met de Prix Henry Bauchau voor zijn vertaling van Bauchau’s Boulevard périphérique, in het Nederlands Maalstroom getiteld. Lauwerys bracht een ode aan zijn mentoren Elly Schippers en Rokus Hofstede, die hem kritisch maar genadiglijk de weg op het vertaalpad hebben gewezen. Hij getuigde uitgebreid van de baat die hij bij het mentoratensysteem had gehad en kondigde zijn voornemen aan om voor zijn beide mentoren een bronzen standbeeld op te richten.

Als derde spreker kwam Molly van Gelder aan het woord, die samen met de helaas wegens ziekte verhinderde Fedde van Santen de VertalersVakschool Amsterdam leidt. Zij ging uitgebreid in op de werking van de Vertalersvakschool, die voor een belangrijk deel is geënt op de ervaringen die zijzelf in de jaren zeventig had opgedaan als student aan het Instituut voor Vertaalkunde in Amsterdam: ‘kilometers maken’, kritisch naar de eigen doeltaal kijken en zich oefenen in een veelheid aan vertaalgenres.

Pietha de Voogd sloot als vierde spreker de ochtend af. Zij is behalve literair vertaler ook coach, en als zodanig verbonden aan de VertalersVakschool. Zij stelde drie begrippen centraal die van wezenlijk belang zijn voor literair vertalers, zowel bij hun vertaalwerk als bij de omgang met opdrachtgevers en collega’s: integriteit, vrijheid en creativiteit. Zij liet de aanwezigen een rollenspel spelen met hun naaste buur, waarbij een bezwaarlijk voorstel van de een door de ander niet met ‘Ja, maar…’ beantwoord diende te worden, maar met ‘Ja, en…’

Na de lunch was het woord aan Martin de Haan, literair vertaler, en voorzitter van de Europese vertalersraad CEATL, die met een uitdagende stelling begon: er zijn in Europa te veel vertalers. Deze stelling is afkomstig van Diego Marani, verbonden aan het directoraat Multilinguisme van de Europese Commissie, en ingegeven door het feit dat veel Europese landen over een veelheid aan vertaalopleidingen beschikken waarvan de deugdelijkheid dikwijls te wensen overlaat, wat leidt tot een overschot aan onvoldoende gekwalificeerde vertalers. Als co-auteur van het ‘Vertaalpleidooi’ verklaarde hij deze situatie uiteraard niet direct van toepassing op Nederland, al stelde hij wel de vraag of er bijvoorbeeld voor het Frans momenteel zo’n grote behoefte aan nieuwe vertalers bestaat.

Irina Mikhailova, de zesde en laatste spreker, lichtte de werkwijze toe van het Nederlands Instituut in St. Petersburg, waaraan zij sinds jaar en dag als vertaaldocent verbonden is. De gedegen opzet van deze vertaalopleiding is voor een belangrijk deel terug te voeren op de Sovjetperiode en geeft studenten een intensieve training in alle aspecten van het vertaalvak, waarbij ook de kennis en het gebruik van de doeltaal een belangrijke rol spelen.

Vijf van de zes sprekers (Wiljan van den Akker was ‘s middags helaas verhinderd) namen vervolgens deel aan een gesprek met de zaal, onder leiding van Chris Van de Poel. Van de kant van de sprekers werd nogmaals de nadruk gelegd op de culturele bagage van aankomende literair vertalers, het belang van beroepsvertalers als vertaaldocenten en het feit dat een vertaalopleiding geen garantie op werk kan bieden, en al helemaal geen goede financiële perspectieven. Vanuit de zaal werd betoogd dat niet altijd duidelijk is tot wie beginnende vertalers zich om informatie kunnen wenden, waarop door de sprekers werd verwezen naar de sites van de letterenfondsen en het Expertisecentrum Literair Vertalen.

Tot besluit van de symposiumdag werd de NLPVF Vertalersprijs 2009 uitgereikt aan de Zweedse vertaalster Ingrid Wikén-Bonde en ontvingen Nelleke van Maaren en Karol Lesman de Vertaalprijs 2009 van het Fonds voor de Letteren.

Op de zaterdag werd er traditiegetrouw een dertiental workshops gehouden, met als ‘speciale workshops’ liedjes en poëzie vertalen Zweeds-Nederlands en proza vertalen Nederlands-Spaans.

Het aantal inschrijvingen voor de symposiumdag op vrijdag bedroeg 281, dat voor de workshopdag op zaterdag 179.

Ook dit jaar is veel dank verschuldigd aan de Stichting LIRA, het Vertalershuis Amsterdam/Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, het Nederlandse en Vlaamse Fonds voor de Letteren, de Nederlandse Taalunie en de Vereniging van Schrijvers en Vertalers, dankzij wier financiële steun de inschrijfkosten relatief laag kunnen blijven. De praktische organisatie was zoals gebruikelijk in handen van het Vertalershuis Amsterdam.

Gepubliceerd: 6 januari 2010 [ vertaaldagen ]


Vertalershuis

Vertalershuis

Het Vertalershuis (foto Gerhard Jaeger)

In het Amsterdamse Vertalershuis kunnen vertalers van Nederlandse literatuur wonen en werken, bij voorkeur voor een periode van één of twee maanden. Algemene informatie (Engelstalig)

Adres

Van Breestraat 19
1071 ZE Amsterdam
TEL +31 20 470 97 40
FAX +31 20 470 97 41
E-mail vertalershuis@letterenfonds.nl

Index

RECIT

Het Vertalershuis Amsterdam is lid van het RECIT-netwerk van vertalershuizen. Meer informatie vindt u op www.re-cit.eu.