Verslag Literaire Vertaaldagen 2011

Thema van de dertiende editie van de Literaire Vertaaldagen, die op 9 en 10 december 2011 werden gehouden, voor het eerst in Amsterdam, was ‘Vertalen en tijdgeest: de houdbaarheid van de vertaler’: hoelang kunnen vertalers mee? Moeten zij op een gegeven moment afzien van een bepaald soort (moderne) teksten? Hoe ervaren zijzelf de houdbaarheid van hun vertalingen van decennia geleden? Zijn zij in de loop der jaren anders gaan vertalen? En hoe zit het met jongere vertalers die teksten van (veel) oudere auteurs voorgeschoteld krijgen? En wat is het beleid van uitgevers? Houden zij bij de keuze van een vertaler rekening met diens leeftijd, en geven zij jongere, minder ervaren vertalers een kans? Vijf sprekers gingen op dit onderwerp in, oudere vertalers, jongere vertalers en een vertegenwoordiger van een uitgeverij, afgewisseld door discussies met de zaal.

Peter Bergsma nam in zijn openingswoord een voorschot door zich af te vragen of je oudere vertalers kunt vergelijken met automobilisten, tegen wie kinderen of anderen uit hun omgeving op een gegeven moment moeten zeggen: ‘Nu is het genoeg geweest.’ Hij lichtte toe dat het thema in de eerste plaats was gekozen vanwege de toenemende vergrijzing in vertalersland, maar wees er tegelijkertijd op dat de grijze generatie die momenteel de dienst uitmaakt in vertalersland nog volop actief is, zodat pas afgestudeerden aan de Master Literair Vertalen en de VertalersVakschool moeite hebben bij uitgevers binnen te komen, zeker nu de vertaalmarkt krimpt. Aan het eind van zijn opening stond hij stil bij het overlijden, op 31 juli 2011, van Wilfred Oranje, die de Nederlandstalige literatuur heeft verrijkt met een dertigjarig vertaaloeuvre van verbluffende kwaliteit en een trouw bezoeker was van de Vertaaldagen.

Eerste spreker was Kris Lauwerys, een relatief jonge Vlaamse vertaler die vooral werk van oudere of reeds gestorven auteurs vertaalt, zoals Gregor Von Rezzori en Henry Bauchau. Kris Lauwerys noemde zichzelf als vertaler een ‘tijdperken- en tekstenversleper’, die taalschatten die hem niet eigen zijn naar zijn eigen tijd en vocabularium moet zien over te brengen. Zo had hij voor het vertalen van Gregor Von Rezzori boeken van Tolstoj, Mann, Dostojevski, Couperus en Balzac gelezen. Een ander wapen noemde hij zijn Vlaamse afkomst, want ‘in Vlaanderen spreekt iedereen nog een beetje zoals honderd jaar geleden, toch?’ Lauwerys zei binnen de grenzen van het mogelijke aan ‘zelfcasting’ te doen en boeken te kiezen die hem liggen, wat de laatste tijd echter ‘hogelijk problematisch’ is geworden. Nadat hij diverse titels heeft afgewezen omdat hij ze te ‘flutterig’ vond of er een ‘moordende deadline’ aan vastzat, heeft hij nu al zes maanden geen werk meer. ‘Ik voel me een beetje een acteur die al jaren speelt in trage films die het van suggestie moeten hebben. Werkloos, omdat die films gewoon niet zo vaak meer worden gedraaid en omdat er oudere acteurs zijn met een langere staat van dienst die eerder dan ik telefoon van een uitgever krijgen. Logisch, maar niet echt hoopgevend.’

De Duitse vertaler Rolf Erdorf ging onder de titel ‘Doch alle Lust will Ewigkeit’ in op de vraag hoe hij als relatief oudere vertaler te werk gaat bij het vertalen van young adult-literatuur. Aan de hand van een van zijn auteurs, Gideon Samson, betoogde hij dat de essentie, datgene waar het werkelijk om gaat, belangrijker is dan het jasje, het tijdgebonden detail. ‘Belangrijk,’ aldus Erdorf, ‘is zien wat er om je heen gebeurt. De beschermheilige van de vertalers, Sint Hiëronymus, was weliswaar een kluizenaar en het kluizenaarschap is beslist een voorwaarde om als vertaler je werk te kunnen doen, maar het is niet voldoende. Een vertaler moet ook, zoals Maarten Luther schreef, “dem Volk aufs Maul schauen”, dus geïnteresseerd zijn in de wereld om hem heen. Natuurlijk kun je op een gegeven moment te oud worden om te vertalen, of de lust kwijtraken zodat alleen de last van het vertalen overblijft. Maar er is ook nog wel het een en ander dat voor de oudere vertaler pleit. Een bepaalde afstand is soms goed of zelfs nodig om ergens over te kunnen schrijven. Het unieke van je eerste liefde, wanneer besef je dat? En literatuur voor de jeugd of voor jong volwassenen impliceert sowieso dat ouderen iets aan jongeren doorgeven.’ Marita de Sterck, een andere door Rolf Erdorf vertaalde auteur die ook antropoloog is, wees hem erop dat in alle culturen ouderen de verplichting op zich nemen jongeren bekend te maken met de verschrikkingen van het bestaan, en wel op een artistiek zo hoog mogelijk niveau. En natuurlijk moet je zoveel mogelijk bij zien te blijven. Toen diezelfde Marita de Sterck aankondigde dat haar nieuwe boek over ‘urban climbing’ zou gaan en veronderstelde dat Rolf vast wel met dat fenomeen bekend was, antwoordde hij ‘Mwoa’ en dacht: ‘Dat been ik wel weer bij.’

Peter van der Zwaag, hoofdredacteur vertaalde literatuur van De Bezige Bij, boog zich over de vraag in hoeverre uitgevers de leeftijd van vertalers laten meewegen bij het toewijzen van bepaalde vertaalopdrachten. Zijn antwoord daarop was kort: ‘Leeftijd speelt daarbij eigenlijk geen rol. Tenminste, als je de extremen weglaat: we zullen een jonge, onervaren vertaler niet vragen om het volledige werk van Marcel Proust opnieuw te vertalen en we zullen een oudere vertaler niet vragen om een edgy cultboek te vertalen.’ Maar veel belangrijker dan de leeftijd van de vertaler vond Peter van der Zwaag drie andere factoren, te beginnen met de smaak en interesse van de vertaler. ‘Wanneer een vertaler een persoonlijke affiniteit met een onderwerp heeft, zal dat hem een hoop research besparen en het werkplezier zo groot mogelijk maken.’ Als tweede factor noemde hij de mogelijkheden en beperkingen van een vertaler. Een vertaler bijvoorbeeld die onvoldoende bekend is met moderne straattaal, loopt het risico ‘who the hell’ met ‘wie voor de donder’ te vertalen en ‘piece’ in de betekenis van ‘pistool’ met ‘blaffer’. Het is dus van het grootste belang dat de vertaler hetzelfde register kan aanboren als de auteur. De derde factor ten slotte waarop Peter van der Zwaag zijn keuze zei te baseren, is de bereidheid van de vertaler om onderzoek te doen, werk dat hem ongetwijfeld vaak tot wanhoop drijft, maar uiteindelijk hopelijk ook een groot gevoel van voldoening verschaft. Kortom, aldus Peter van der Zwaag: ‘Het is aan ons, redacteuren, om in te schatten welke vertalers de benodigde interesse en kwaliteiten hebben, maar het is ook aan de vertalers om aan te geven waar hun grenzen liggen.’

Marijke Emeis, al vijfendertig jaar literair vertaler Engels-Nederlands, sprak zich uit over de vraag of het voortschrijden van de leeftijd gepaard gaat met voortschrijdend vertaalinzicht. Haar antwoord luidde bevestigend: ‘Ik vertaal beter dan vroeger, vind ik, soepeler, terwijl ik nog altijd streef naar nauwkeurigheid. Een vertaler die zijn vak serieus neemt, is er altijd mee bezig. Heeft altijd zijn oren en ogen open, luistert naar alles wat hij in zijn talen hoort, en registreert al lezend en luisterend zijn leven lang. En hoewel het streven naar precisie al die jaren is gebleven, gaat het minder krampachtig dan vroeger. Ik “durf” meer, vooral in het Nederlands, en ben minder bang dat het “raar” zal staan.’ Ten getuige van haar standpunt vergeleek Marijke Emeis haar uit 1986 daterende vertaling van At That Time, or The History of a Joke van Grace Paley met twee recentere versies.

Laatste spreker over het thema was Jeanne Holierhoek, die inging op de vraag wat de tijd/leeftijd met je doet als vertaler. ‘Mijn eerste vertaling,’ aldus Jeanne Holierhoek, ‘was meteen een boek van driehonderd pagina’s, van een auteur uit de achttiende eeuw. Ik nam de opdracht even onbekommerd aan als de uitgever me die verstrekte, en na afloop dacht ik: deze vertaling is perfect, en niemand had het beter gekund. Het was de eerste en de laatste keer dat ik dat heb gedacht, niet eens zozeer omdat er veel aan werd gecorrigeerd, maar omdat ik geleidelijk steeds duidelijker ben gaan inzien hoeveel verschillende mogelijkheden er zijn om een tekst te vertalen: goed en slecht, maar ook vrij en dicht bij de tekst, ouderwets en modern… En elke vertaaloplossing gaat gepaard met winst en verlies.’ Ondanks de komst van computer en internet (‘Ik vertaalde in het begin nog met pen en papier’) zei Jeanne Holierhoek de ervaring te hebben dat het vertalen nu niet sneller gaat dan jaren geleden, maar zelfs langzamer. Zijn noemde daarvoor drie redenen: de eerste reden is dat de blik van de vertaler breder wordt, zodat hij steeds meer vertaalmogelijkheden ziet waaruit hij moet kiezen. De tweede reden is dat de vertaler steeds moeilijker boeken gaat vertalen. ‘Vertalers willen immers laten zien wat ze kunnen, en uitgevers zoeken voor prestigieuze projecten vaak ervaren vertalers.’ Als derde reden voor de vertraging die in de loop van het vertalersbestaan optreedt noemde zij de ‘“omzorg,” die begint met het controleren van de aanbiedingstekst en de tekst op het achterplat, en die steeds verder gaat: je schrijft eens een nawoord, geeft een lezing, doet een workshop, doet mee aan acties en voor je het weet zit je ook nog in een bestuur.’ Lastig noemde zij het dat je als oudere vertaler een steeds langere lijst van tijdgebonden woorden en uitdrukkingen krijgt die je op een geen enkele manier meer durft te gebruiken. ‘Om dat te compenseren laat ik me bij het zoeken naar nieuwe woorden, woorden die ik aan mijn actieve vocabulaire wil toevoegen, vooral inspireren door het werk van andere vertalers, door de samenwerking met andere vertalers en door het lesgeven.’ Als voordeel van het ouder worden noemde zij ten slotte het feit dat je dan eindelijk de tijd krijgt kortstondige vertaalspecialismen uit het verleden verder uit te diepen. ‘Die AOW staat al vast, dus wat let me?’

‘Uitsmijter’ was dit jaar Marjolijn Februari, romanschrijver, columnist van NRC Handelsblad en rechtsfilosoof. Hoewel haar eerste ervaring met een (Deense) vertaler van haar werk, die ruiterlijk had toegegeven dat zijn ‘Dutch a bit rusty’ was, niet onverdeeld gunstig was, verklaarde zij zich een fervent voorstander van vertalen. ‘Ik behoor niet tot de hooghartigen die alles in het origineel willen lezen, omdat ik denk dat een goede vertaling meer recht doet aan een boek dan een slechte lezer.’ Zij kondigde aan niet iets te willen zeggen over haar ervaring met vertaald worden, omdat ze daar nu eenmaal weinig ervaring mee heeft. ‘Ik wil iets zeggen over de verborgen keuzes die een schrijver maakt om tot een register en een genre te komen. Voor de vertaler zijn genre, register, jargon, vocabulaire een gegeven, maar voor de schrijver niet, en er wordt weinig gepraat over de afwegingen die leiden tot dit soort taalkeuzes.’ Zij illustreerde dit aan de hand van de eerste anderhalve bladzijde van haar roman De literaire kring en de haars inziens voortreffelijke Engelse vertaling daarvan door Paul Vincent, die in de zaal aanwezig was.

Tot besluit van de symposiumdag werden de Letterenfonds Prijzen 2011 voor de vertaler als cultureel bemiddelaar uitgereikt aan Claudia di Palermo (Nederlands-Italiaans), Vincent Hunink (Latijn-Nederlands) en Bartho Kriek (Engels-Nederlands).

Op zaterdag werd traditiegetrouw een zestiental vertaalworkshops gehouden, ditmaal in het Vossius Gymnasium, met als ‘bijzondere’ talen Noors-Nederlands, Russisch-Nederlands en Nederlands-Turks.

Het aantal inschrijvingen voor de symposiumdag op vrijdag bedroeg 378, dat voor de workshop op zaterdag 186. In beide gevallen absolute records.

Lange rijen voor de ingang

Ook dit jaar is veel dank verschuldigd aan de Stichting LIRA, het Nederlands Letterenfonds, het Vlaams Fonds voor de Letteren, het Expertisecentrum Literair Vertalen en de Vereniging van Schrijvers en Vertalers voor hun financiële steun. De praktische organisatie van de Vertaaldagen was zoals gebruikelijk in handen van het Vertalershuis Amsterdam.

Peter Bergsma
Directeur Vertalershuis Amsterdam

Gepubliceerd: 6 maart 2012 [ nieuws | vertaaldagen ]


Vertalershuis

Vertalershuis

Het Vertalershuis (foto Gerhard Jaeger)

In het Amsterdamse Vertalershuis kunnen vertalers van Nederlandse literatuur wonen en werken, bij voorkeur voor een periode van één of twee maanden. Algemene informatie (Engelstalig)

Adres

Van Breestraat 19
1071 ZE Amsterdam
TEL +31 20 470 97 40
FAX +31 20 470 97 41
E-mail vertalershuis@letterenfonds.nl

Index

RECIT

Het Vertalershuis Amsterdam is lid van het RECIT-netwerk van vertalershuizen. Meer informatie vindt u op www.re-cit.eu.

Support

The Translators’ House is supported by the European Commission
Logo EC Culture 2000